1
(P)referentiële
opvoeding en begeleiding
van a tot z
12-delige
wetenschappelijke encyclopedie
Deel 7 : Ov - Re
Accent op het reactieve en (probleem)oplossing
Hoofdredactie: Jo Franck
2
INDEX DEEL 7 ENCYCLOPEDIE
Als het kind het van je overneemt 12
Je wil er zeker niet graag mee te maken krijgen dat het
kind het van je overneemt. Wanneer is er risico voor ?
Wat kan je beschermend doen ? Hoe oudergeweld en
oudermishandeling voorkomen?
Eerst jezelf overtuigen en veranderen, dan elkaar 31
Als ouder wil je vaak dat je kind verandert. Zelden denk
je eraan wat zelf te kunnen veranderen, zodat je kind ge-
makkelijker tot verandering kan komen.
Hoe pak ik iets aan ? jongerenthema 40
In hoe je iets aanpakt is de kans op lukken of mislukken
verscholen. Hoe meer bewust worden van hoe je iets
aanpakt ? Hoe tot verandering komen ?
Partner- en ouder-kindrelatie 57
De partnerrelatie en de ouder-kindrelatie kennen elk
hun eigen ontwikkelingsritme. In welke mate sluiten ze
op elkaar aan of doorkruisen ze elkaar ?
Schemapedagogie 65
Welke rol kunnen schema's toebedeeld worden in het
kader van opvoeding ?
3
Perceptie en meer in de opvoeding 78
In welke mate heeft je perceptie te maken met de reali-
teit, in welke mate met je verwachtingen ? Hoe indivi-
dueel is je perceptie ?
Perceptuele symbolen en schema’s 90
Door kennis dichter bij zijn zintuiglijke oorsprong te
brengen kan je een ander spoor bewandelen.
Persoonlijke ontwikkeling 95
Vaak wordt de eigen inbreng in zijn ontwikkeling onder-
schat. Hoe aan je eigen ontwikkeling kunnen werken ?
Persoonlijkheidsontwikkeling kind 104
Iemands persoonlijkheid wordt vaak gekoppeld aan ie-
mands wijze van zijn, minder aandacht gaat naar de on-
derliggende inhouden waardoor iemand zo doet.
Persoonlijkheid, of waar het om draait 114
Op vijf of zes dimensies kan de persoonlijkheid van je
kind weergegeven.
Van gedragsgericht naar persoonsgericht 123
Een gedragsgerichte aanpak gaat uit van je perspectief
als volwassene. Zo blijft gemakkelijk meer afstand. Met
een persoonsgerichte aanpak ga je uit van het perspec-
tief van het kind. Zo is meer nabijheid mogelijk.
4
Persoonsinvulling 135
Hoe je elkaar kent, bepaalt voor wat je op elkaar beroep
doet, wie je voor elkaar bent en wat je van elkaar ver-
wacht.
Persoonswaarneming van je kind 147
Hoe jij je kind waarneemt, bepaalt niet enkel je reactie
maar mogelijk ook die van je kind. Hoe neem je wat van
je kind waar ?
Ontwikkeling in perspectief 162
Een kind is voortdurend in ontwikkeling. Deze ontwikke-
ling vertoont een eigen dynamiek. Hoe het kind helpen
en inspelen op deze dynamiek ?
Perspectiefname 168
Als ouder of kind kan je kiezen voor een éénpunts- of
meerpuntsperspectief. Elk biedt een heel andere ge-
richtheid op jezelf, personen en objecten uit je omge-
ving.
Sociale perspectiefname 174
Naast het eigen perspectief dit van iemand anders kun-
nen innemen vraagt om ontwikkeling.
Pesten anders benaderd 187
In de antwoorden op pesten zijn de vragen die je stelt
cruciaal. Pesten is een signaal van wat ? Hoe komen tot
een benadering die aansluit bij kinderrechten ?
5
Pesten in het teken van angst 209
Welke rol speelt angst bij het pesten aan de zijde van
gepesten, getuigen en pesters ?
Pesten cognitief benaderd 223
Niet zozeer ingaan tegen pesten, maar focussen op erbij
horende gedachten om tot verandering te komen.
Pesten communicatief benaderd 237
Pesten is ook communicatie. Maar hoe kan pesten te-
ruggedrongen via communicatie ?
Risico op pesten 248
Pesten heeft niet altijd te maken met opvoeding of een
interactieprobleem. Soms heeft het te maken met het
kind zelf dat een stoornis vertoont.
Pesten … een kwestie van (de)gradatie 265
Pesten in zijn diverse vormen en facetten heeft steeds te
maken met excessen. Door deze weg te nemen kan de-
gradatie opgeheven en komt er ruimte voor gradatie.
Plan B over valkuilen en drempels jongerenthema 277
Als jongere is het steeds goed te beschikken over een
plan B. Op die manier ontkomt men aan valkuilen en
drempels.
6
Het adaptieve plastische ouderlijk brein 286
Het ouderlijk brein ondergaat op basis van ouderlijke er-
varingen voortdurend wijzigingen structureel en functi-
oneel om de best mogelijke ouder te worden in de gege-
ven opvoedingssituatie.
Interne en externe polarisatie 291
Soms kan iets je kind of jezelf erg bezighouden. Wat ge-
activeerd wordt, wordt toenemend bepalend voor je
kind of jezelf en de omgeving. Hoe hiermee omgaan ?
Polarisering gezin samenleving 303
Er wordt vandaag gemakkelijk over helikopterouders,
curlingouders en grasmaaierouders gesproken. Voor ou-
ders gaat het veeleer om een ontwikkelingsgunstig even-
wicht te bieden tussen gezin en samenleving.
Positief of negatief ingesteld 312
Wat heeft het meer toegankelijk zijn van een positief of
een negatief kindgerelateerd kenschema tot gevolg ?
Positieve reactie bekomen 322
Geef aan hoe je gewoonlijk tewerk gaat om een positieve
reactie te bekomen. Kijk welke andere mogelijkheden er
zijn en hoe hoog hun kans is op succes.
Positieve voorstelling 333
Een positieve voorstelling van jezelf en elkaar kan een ef-
fect hebben op jezelf, elkaar en je relatie.
7
Praten en luisteren 341
Hoe iets bepraten, vragen, beluisteren, weigeren, een
compliment krijgen, je mening en standpunt bepalen.
Mijn kind wil niet praten 352
Ouders krijgen soms heel moeilijk hoogte van wat er in
hun kind omgaat. Hoe meer ze hun best doen hoe min-
der het lukt. Wat gebeurt er concreet en hoe hierop
kunnen inspelen ?
Met ouder(s) praten over kind 369
Een kind opvoeden doe je niet alleen. Kinderen krijgen
ook te maken met andere verantwoordelijke(n) voor hun
opvoeding. Belangrijk is dan een goede communicatie
en samenwerking tussen deze verantwoordelijke(n) en
ouder(s).
Hoe praten als (ouder)koppel. Over communicatiekana-
len 396
Als ouders is het in de eerste plaats belangrijk als part-
ners met elkaar te kunnen praten. Het hoe ervan zal be-
palend zijn voor de kwaliteit. Deze kwaliteit zal mee van
invloed zijn op het opvoedgedrag als ouder.
Problemen met je kind problemen met jezelf ? 438
Vaak is er niet alleen een probleem met het kind, maar
is er ook een probleem met jezelf. Hoe dit onderkennen
en hierop reageren ?
8
Probleemoplossing of oplossing probleem 454
Kiezen voor de oplossing van een probleem, of voor een
oplossing waardoor het probleem niet gemakkelijk op-
nieuw kan optreden ?
Probleemschema 462
Precies hoogte weten krijgen van een probleem en haar
samenstellende elementen kan helpen er meer vat op te
krijgen.
Beïnvloedingsprocessen en –schema’s 472
Hoe word je door je sociale omgeving beïnvloed ? Wat
beïnvloeding voor je is speelt hierin een rol.
Schema leerprocessen 484
De ontmoete werkelijkheid zetten we om in informatie
die zo verwerkt kan opgeslagen in kenschema's voor la-
ter gebruik.
Opvoeding als proces 493
Opvoeding kan benaderd worden als een geheel van
processen ter beïnvloeding.
Procesgerichte benadering 505
Kijken naar onderliggende processen om problemen op
te lossen en doelen te bereiken, kan een stevige basis
bieden om er op in te spelen en gebruik van te maken.
9
Volwassene als processor 515
In analogie met de hulpverlening biedt het leren kennen
en hanteren van processen in de opvoeding een belang-
rijk voordeel.
Schema’s en proceswerk 523
Wat er niet bijhoort kan in je heel wat spanningen op-
roepen, wat appeleert om eraan te werken.
Profielen in de opvoeding 529
Profielen kunnen helpen beschrijven waaraan behoefte
en hoe hieraan tegemoet te komen.
Ontwikkeling prosociaal gedrag 537
Prosociaal gedrag als gedrag met een gunstig effect voor
een ander of de groep vraagt een hele ontwikkeling en
begeleiding
Psycho-educatie in de opvoeding 552
Psycho-educatie legt uit wat zich precies afspeelt in de
opvoeding. Het laat een betere omgang toe met wat ge-
beurt.
Wat lokt mijn reactie uit ? 562
Soms wekt het kind iets in je dat erg je reactie bepaalt.
Hoe kan je hier iets aan doen ?
10
Je reactie en wat je activeert 566
Je reactie als ouder is niet zomaar toevallig. Tegelijk acti-
veert je reactie heel wat in je kind.
Reactieweging 572
Je kan in je reactie als ouder erg principieel zijn tegen-
over het gedrag van je kind. Maar ben je ook humaan en
realistisch tegelijk ?
Reactiewijzen 583
Je kan aanvaarden en ingaan op wat je elkaar zegt, je kan
ook hiertegen in gaan, of uitgaan van jezelf of de situatie.
Waarom reageerde ik zo ? 594
Je reactie als ouder is soms onverwacht. Ook jijzelf be-
grijpt ze niet steeds helemaal. Wat ligt er aan de basis ?
Hoe reageren als ouder ? 609
Als ouder kan je reageren met straf of druk. Welke an-
dere reactiemogelijkheden zijn er ?
Hoe kinderen reageren 634
Kinderen reageren niet steeds onmiddellijk, niet steeds
zoals je zou wensen of niet in overeenstemming met de
situatie.
Reageren vanuit emotie ? 646
Als ouder of kind neig je gemakkelijk te reageren vanuit
opgewekte emoties. Hoe met emotie te reageren ?
11
Als ik eens anders deed of reageerde 656
Wat zou het effect of resultaat kunnen zijn van je anders
doen en reageren ? Wat zou het op gang kunnen bren-
gen ?
Communicatie- & interactie-realisme 665
Communicatie- en interactie-realisme gaat om de mate
waarin tijdens een gesprek of interactie tussen ouder en
kind de realiteit wordt onderkend. Van de realiteit uit-
gaan en erbij blijven, zorgt voor een stevig fundament en
biedt nieuwe kansen.
Realiteitbenadering in de opvoeding 714
In welke mate stel je de realiteit voor het kind present in
de opvoeding. Wat als deze realiteit niet erg kindvrien-
delijk is ?
Rechten, kansen & kwaliteit 720
Het kind heeft niet enkel behoefte aan rechten zo geen
reële kansen en welbevinden worden geboden.
12
Als het kind
het van je
overneemt?
Als ouder wil je er niet graag mee te maken krijgen dat
je kind het van je overneemt.
Het risico dat je er als ouder mee te maken krijgt is even-
wel niet groot. Een kind vraagt immers van nature om
leiding en hulp om zich te kunnen ontwikkelen. Het is in
zijn opvoedingsvraag - wat het nodig heeft om zich te
kunnen ontwikkelen - impliciet aanwezig. Een ouder van
zijn kant is van nature geneigd om leiding en hulp te bie-
den om de ontwikkeling van het kind te bevorderen. Het
is in zijn opvoedingsaanbod - wat je het kind biedt om
Je wil er zeker niet graag mee te maken krijgen
dat je kind het van je overneemt.
Wanneer is er risico voor ? Wat kan je beschermend
doen ?
Hoe oudergeweld en oudermishandeling voorko-
men?
13
het toe te laten zich te ontwikkelen - impliciet aanwezig.
Beide vormen ze beschermende factoren tegen een rol-
omkering.
Hoe het precies komt dat ouders toch hun gezag verlie-
zen is nog niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk welke
de mogelijke risicofactoren kunnen zijn. Meestal dienen
een aantal van deze risicofactoren samen aanwezig te
zijn wil sprake zijn van rolomkering. Op deze risicofacto-
ren gaan we nader in, zodat ze eventueel kunnen weg-
genomen of vermeden worden. Het zal uiteraard ook
dan nog belangrijk blijven voldoende aandacht te beste-
den aan de beschermende factoren zodat het risico op
rolomkering tot een minimum kan herleid worden.
Globaal genomen kan gesteld worden dat hoe jonger het
kind is, hoe meer de invloed van de beschermende fac-
toren kan spelen. Het kind is afhankelijk en vraagt voort-
durend om hulp. Als ouder merk je deze onzelfstandig-
heid en ben je zorg- en steungevend ingesteld.
Het is pas op het eind van de kindleeftijd, als het kind
minder afhankelijk wordt en minder hulp wenst, en het
gemakkelijk zelf de leiding wil nemen en een en ander
zelf wil uitzoeken en uitproberen, dat het minder de tus-
senkomst van de ouder zoekt en wenst. Merkt de ouder
deze verandering niet op bij de jongere, dan kan het ge-
beuren dat de jongere duidelijk en expliciet deze ouder-
lijke inbreng afwijst. Eerst in wat die zegt, later ook in zijn
14
houding en tenslotte mogelijk in zijn doen en laten. Wan-
neer als ouder niet met deze veranderde opvoedings-
vraag wordt rekening gehouden en het kind in een af-
hankelijke en hulpbehoevende positie wordt vastgehou-
den, kan vastgesteld worden dat het kind steeds meer
dit opvoedingsaanbod en mogelijk ook de ouder afwijst
en er weerstand tegenover biedt.
Maar ook tijdens de kindleeftijd kunnen zich risico's
voordoen :
Risicofactoren aan de kant van het kind in interactie met
de ouder.
Voor elke risicofactor wordt telkens een beschermende
factor aangegeven. Deze beschermende factor geeft
aan hoe je deze risicofactor kunt vermijden of ongedaan
maken.
Risicofactor 1:
[Als ouder ben je niet geneigd op elk verzoek van het
kind in te gaan. Een kind kan dan trachten je alsnog te
bewegen op het verzoek in te gaan. De druk die het kind
hiervoor gebruikt, kan maken dat je op een bepaald
ogenblik hier niet meer tegenop kan en geneigd bent op
het verzoek in te gaan om de druk weg te nemen, zo